Zomertijd eerst verguisd, nu geaccepteerd
Had William Willett, aannemer te Londen,een ingewikkelde videorecorder gehad, dan had hij misschien nooit voorgesteld om de zomertijd in te stellen. Maar toen hij in 1907 zijn pamflet Waste of daylight ( Verspilling van daglicht ) schreef, was de wereld nog eenvoudig.
Het was de Engelsman een doorn in het oog dat de mensheid niet optimaal profiteerde van. het daglicht in voorjaar en zomer. Als het al lang licht was, lagen de meeste nog te ronken, terwijl zij ver na zonsondergang de bedstee weer opzochten. Hij stelde voor om de klok gedurende de zomer vier keer twintig minuten vooruit te zetten en in de herfst weer terug. Dat zou mensen niet alleen gelukkig maken, maar Engeland tevens 2,5 miljoen pond besparen, aldus Willett.
Benjamin Franklin
De Engelsman was niet de eerste die zomertijd voorstelde. De illustere staatsman, geleerde en filosoof
Benjamin Franklin opperde het idee al in 1784. De Amerikanen zouden naar zijn mening zo aanzienlijk kunnen besparen op kaarsen. Franklin schreef het met een knipoog, Willett meende het serieus. Desondanks werd hij vergruisd en uitgelachen. Zeker de boeren zagen de zomertijd niet zitten omdat hun hele bedrijfsvoering in de war zou worden geschopt. Het Britse Lagerhuis verwierp zijn voorstel in 1908. Maar een jaar naar Willetts dood in 1915 werd de zomertijd in Engeland – en Europa – toch ingevoerd. De Eerste Wereldoorlog maakte het noodzakelijk om energie te sparen. Een uur langer daglicht ’s avonds zou daar zeker toe bijdragen, was de gedachte. De Engelsen vertalen zomertijd dan ook niet met summertime, maar met Daylight Saving Time,
‘Daglicht sparende tijd’. Ook Nederland voerde in 1916 de zomertijd in, maar die is niet vergelijkbaar met de huidige. Ons land hield tot de Tweede Wereldoorlog de zogeheten Amsterdamse ( later Nederlandse ) Tijd aan.
Die lag twintig minuten voor op de standaard Greenwich Mean Time, genoemd naar de opkomst van de zon die graadmeter was.
De Duitsers voerden een bijna-dubbele zomertijd in. Op 17 mei 1940 gelastten zij dat de Nederlandse klok een uur en veertig minuten naar voren werd gezet: veertig minuten om in de pas te lopen met hun Midden Europese Tijd en een uur vanwege de zomertijd. Met de bezetter verdween ook de zomertijd voorlopig uit Nederland: op 16 september 1945 ging de klok een uur terug, om bijna 32 jaar lang niet vooruit gezet te worden. Ons land bleef wel op de Midden Europese Tijd zitten. Het was opnieuw een energiecrisis die de voorstanders van de zomertijd in de kaart speelde. De crisis was er al in 1973, maar pas in 1977 werd de zomertijd ingevoerd.
De Boerenpartij en de SGP stemde tegen het wetsvoorstel. Zij waren gevoelig voor de bezwaren van de boeren.
Op zondag 3 april om 2.00 uur ’s nachts ging in Nederland de zomertijd in. In 1981 werd het begin verschoven van de eerste zondag in april naar de laatste in maart. Tot en met 1995 werd de klok op de laatste zondag van september teruggedraaid.
Oktober
In 1996 werd de zomertijd verlengd tot de laatste zondag in oktober, zoals de Britten al jaren gewend waren. Als we geen zomertijd zouden hebben, zou het in juni om half vier ’s nachts licht worden en om half tien ’s avonds donker. De Sociaal Economische Raad en een speciaal ingestelde ‘zomertijdcommissie’meende in 1977 al dat de energiebesparende effecten van de zomertijd gering zouden zijn. Woordvoerder S. Marbus van Energiened in Arnhem rekent voor dat per jaar een half procent aan energiekosten wordt bespaard. Het is nattevingerwerk maar Energiened gaat ervan uit dat tussen maart en oktober per huishouden vier lampen van zestig watt een uur korter branden. Die halve procent lijkt uitermate weinig, maar staat nog altijd voor 325 miljoen kilowattuur per jaar ofwel een jaarverbruik van honderdduizend huishoudens.
Bioritmes
Niet iedereen is blij met de zomertijd. Bioritmes- met name die van kinderen – raken er nogal eens door van slag, al is dat snel weer bijgetrokken. Het Centrum voor Groeidiagnostiek in Nijmegen trok vorig jaar na onderzoek de voorzichtige conclusie dat de zomertijd de groei van kinderen nadelig beïnvloedt. Zij verzetten zich tegen het vroege naar bed gaan, waardoor zij minder slaap krijgen. En slaap helpt de groei.
Na 23 jaar is de zomertijd in Nederland wel geaccepteerd. Een NIPO-onderzoek onder 1287 mensen ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van de zomertijd – in 1997 – wees uit dat 90 procent van de ondervraagden er positief tegenover stond. Dat het geschuif met de klok ooit als een energiebesparende maatregel was bedoeld, wist vrijwel niemand meer. Inmiddels geldt de zomertijd in alle vijftien lidstaten van de Europese Unie gedurende dezelfde periode. Dat is tot en met 2001 vastgelegd. De EU vindt het beter voor de interne markt als overal dezelfde tijd heerst. De uitzondering is, hoe kan het ook anders, Groot-Brittannie.
Dat land kent ook zomertijd, maar het is er altijd een uur vroeger dan op het continent omdat het Greenwich Mean Time aanhoudt. Ook elders ter wereld geldt de zomertijd, maar landen die op of rond de evenaar liggen doen er niet aan. Een energiebesparing is hier nog geringer omdat dag en nacht er ongeveer even lang zijn.
![]() | ![]() |
